Tabakspot


Beschrijving

Gemarmerd bakelieten tabakspot met schroefdeksel.

De Engelsen noemen tabakspotten Tobacco Humidors. Dit onbeschadigde exemplaar is uniek te noemen. De patronen zijn typerend voor de periode waaruit de pot stamt. Soms wordt op het deksel in relief het woord Tobacco weergegeven. De tabakspot is een onmisbaar onderdeel in het hoekje van de pijproker. Na sluiten is de pot niet helemaal luchtdicht, waardoor de tabak na verloop van tijd uitdroogt.

Afmetingen:   160x165 mm (xh)
Gewicht:   350 gram
Datum:   1925
Originele prijs:   9,00
Conditie:   10
Beschikbaar gesteld:   Juul van Dijk


achterzijde pot

Omdat deze doos van de tabakspot niet lossend is, bestaat zij uit twee onderdelen die met elkaar zijn verlijmd (zie rechter afbeelding). De aparte onderdelen zijn wel lossend. Alle delen zijn daarbij (licht) conisch en conisch getrapt, waardoor beide onderdelen eenvoudig uit de matrijs genomen kunnen worden.

Na het persproces zullen, tijdens het openen van de twee matrijshelften, n of meerdere uitstoters het product uit de matrijs werpen.

Het deksel laat zich moeiteloos openen door het toegepaste patroon aan het oppervlak. Als het deksel van de pot is afgenomen, ontstaat een opening van 115mm . Groot genoeg om een pijp in de tabak onder te kunnen dompelen en vol te stoppen. Het deksel meet 125mm .


Gepende tabakspot

Historie

Er zijn ook koperen, tinnen, houten en keramische tabakspotten verschenen. Heel bekend zijn de grote Delfts Blauwe tabakspotten uit de 18e eeuw met metalen deksels, waarin ook de voorraad snuiftabak werd bewaard. De Delftse tabakspotten kwamen op de markt tijdens het roken van pijptabak in de Goudse aardewerkpijpen, waarvan je soms nog wel een kop opgraaft. Zij waren breukgevoelig en werden veelal in de tuin begraven.

In de vijftiger jaren van de vorige eeuw werden kleipijpjes ook gebruikt als bellenblaaspijpjes. Met Lodaline werd een sopje gemaakt, waarmee je de hele dag bellenblazend rond liep. Een bezigheid die je tegenwoordig niet meer kunt voorstellen.

Medio vorige eeuw bezaten de keramische- en houten potten deksels met een groef, voor een rubberen ring. Hierdoor ontstond een betere afdichting, dat de houdbaarheid van de tabak ten goede kwam. Medio 1800 werden luxe potten op een draaibank uit een ebbenhouten blok vervaardigd. In n opspanning werden de buiten- en binnenzijde op maat gedraaid. Op eenzelfde wijze als bij het maken van klompen gebruikelijk was om kopieerfreesmachines te gebruiken, werden de houten tabakspotten ook met een kopieerdraaibank vervaardigd. Met behulp van een mal ontstonden prachtige identieke potten.


Tabakspotten en kleipijpen van 't Delftsche Huys

De rechter afbeelding toont tabakspotten, zoals die medio 18e eeuw verschenen. Deze potten werden ook gebruikt voor het bewaren van pruim-, snuif- en pijptabak. Op plaatsen waar niet gerookt mocht worden, zoals op schepen, bij hooi en in de turfverwerkende industrie werd gepruimd en gesnoven.

Ook op plekken waar het gebruik van de kleipijp te kwetsbaar was ging men over tot pruimen en snuiven. Bij het pruimen werd de uitgekauwde pruimtabak, het slijm en het overtollige speeksel in een kwispedoor gespuugd.